Buurtbusdag Elektrische Museumtramlijn - 6 oktober 2024 -
|
Dit jaar lag de organisatie van de buurtbusdag voor de tweede keer bij Dick voor den Dag en Aart de Groot. We gingen wel met
onze vaste chauffeur Joop Verdam. Zijn echtgenote Jolanda was ook de hele dag van de partij.
De andere chauffeur Jan de Jong kon helaas niet. Hij en zijn vrouw Wilma waren wel ’s avonds bij het diner. In plaats van Jan de Jong
reed nu onze eigen buurtbuschauffeur Rinus van den Bosch. Even na negen uur rijden we weg, bij droog weer en een heerlijk zonnetje,
met vijfen-vijftig deelnemers, wel verdeeld over twee bussen. Meestal is het aantal deelnemers wat hoger. Zo tussen de vijfenzestig
en zeventig.
|
Alleen in 2007, het jaar van onze oprichting, lag het aantal lager.Over de Jaagweg langs Ilpendam, A10, Zeeburgertunnel en een
stukje A1 gaat het richting Diemen. Daar aangekomen wandelen we een klein stukje naar restaurant ‘Het Wapen van Diemen’
waar de koffie en appeltaart voor ons klaar staan. Na de koffie wandelen we een klein stukje naar een tramhalte om met een
museumtram een rondrit te maken door Amsterdam.
|
|
|
In Amsterdam is in de tweede helft van de twintigste eeuw een uitgebreide collectie museumtrams opgebouwd. Het bewaren van oud
trammaterieel is in Amsterdam gro-tendeels een particulier initiatief.Wel werd vanaf de jaren zeventig samengewerkt met het Gemeente
Vervoerbedrijf Amsterdam (GVB).
Met de buitendienststelling van oud trammaterieel ontstond vanaf de jaren veertig bij diverse
trambelangstellenden de wens om een enkele vertegenwoordiger van afge-voerde tramtypen voor het nageslacht te behouden. De eerste
initiatieven werden in de jaren na de tweede wereldoorlog genomen.
|
Elektrische Museumtramlijn Amsterdam
In 1948 werd al gepoogd om een der af te voeren open bijwagens (nr. 595) voor museumdoeleinden te bewaren. Deze poging liep toen
op niets uit. Beter verging het Union-motorwagen 28, die in 1950 verhuisde naar het toen pas opgerichte Nederlands Trammuseum te
Weert. Deze tram werd in 1962 alsnog gesloopt. Wel bewaard bleef Union-motorwagen 144, die in 1950 voor sloop gespaard werd om
vanaf 1956 opgesteld te worden in het Nederlands Spoor-wegmuseum te Utrecht, waar deze tot 1990 zou blijven. In de jaren vijftig
gingen nog enkele Amsterdamse trams naar Weert en dankzij dit vroege initiatief zijn motorwagen 307 en de bijwagens 663 (NZH B32)
en 946 bewaard gebleven.
|
|
Toen in 1967 als gevolg van de aflevering van een grote serie dubbelgelede wagens het einde zou komen van de laatste nog dienstdoende
twee-assers namen particulieren binnen de in 1965 opgerichte Tramweg Stichting het initiatief om enkele trams te bewaren met het doel
om hiermee in de toekomst ook in een trammuseum te kunnen gaan rijden. Wegens ruimtegebrek in de remises van het Gemeente
Vervoerbedrijf moesten deze trams echter uit Amsterdam vertrekken en zo gingen in het najaar van 1967 motorwagen 401, bijwagen 908 en
acht grootbordes-bijwagens naar Bovenkarspel. Ook de voornoemde motorwagens 236 en 301 gingen deze weg. Het Gemeente Vervoerbedrijf
zelf had vanaf 1970 een overgebleven tweeassig tramstel (464 met 721) gereserveerd voor gezelschapsvervoer. Als reserve fungeerde
motorwagen 467 die later ook beschikbaar was. In 1971 konden de eerste drie opgeknapte trams (236, 748 en 757) weer terugkeren in
Amsterdam om mee te rijden in een tramoptocht ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NVBS. Twee jaar later kwamen ook
de 301 en 401 voor restauratie terug naar Amsterdam, waar zij nu wel onderdak kregen bij het Gemeente Vervoerbedrijf, in de remise
Lekstraat. Dit hield verband met het naderende 75-jarig jubileum van de Amsterdamse tram dat in 1975 groots gevierd zou gaan worden.
Naast ritten met passagiers op het stadsnet en een grote tram- en busoptocht werd ook de eerste fase van de latere Elektrische
Museumtramlijn Amsterdam bij het Haarlemmermeerstation gerealiseerd. In een in 1973 aangekochte loods konden in 1973-'75 de meeste
elders verblijvende Amsterdamse museumtrams onder dak gebracht worden. Dit werd de remise Karperweg, uitvalsbasis van de
Museumtramlijn. Bij de opening van de Museumtramlijn in september 1975 waren in Amsterdam zes motorwagens en dertien bijwagens
aanwezig.
|
|
Met de museumtram werd een grote ronde door Amsterdam gereden. We kwamen langs veel bekende gebouwen en door bekende straten en over
bekende pleinen. Zo kwamen we langs Artis, de Stopera, Rembrandtplein, Munttoren, het Paleis en de Nieuwe kerk op de Dam, langs de
bloemenmarkt, door de Leidsestraat en uiteraard over het Leidse-plein. Dan langs het Rijksmuseum, Van Goghmuseum, Stedelijk museum en
het Concertgebouw. Het was een geweldige rondrit door het mooie Amsterdam.
|
Na de rondrit werden we afgezet bij de halte waar we waren opgestapt. Het was dus een klein stukje lopen naar opnieuw ‘Het Wapen van
Diemen’. Daar stond de lunch voor ons klaar.
|
|
|
Na de lunch opnieuw in de bus en op weg naar Muiden. Een klein stukje lopen naar de haven en vandaar met de boot naar het eiland
Pampus.
|
|
Pampus
Pampus (officieel Fort aan het Pampus) is een forteiland in het deel van het IJmeer dat behoort tot de gemeente Gooise Meren. Het
kunstmatig eiland werd in 1887 aangelegd als onderdeel van de Stelling van Amsterdam om de vaargeul Pampus te verdedigen tegen
aanvallen vanuit de Zuiderzee. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 was het Nederlands bestuur bevreesd voor een aanval op Amsterdam.
Men bouwde rondom Amsterdam een vesting, de Stelling van Amsterdam. In 1879 deed Tweede Kamerlid jhr. mr. Jan Willem Rutgers van
Rozenburg bij de behandeling van de Vestingsbegroting het eerste voorstel om op het Muiderzand, ten zuiden van Pampus een permanent
fort aan te leggen. Met de batterijen ten noorden van het IJ op het Vuurtoreneiland en ten zuiden met Fort Diemerdam zou de gehele
toegang tot Amsterdam worden bewaakt. Het fort staat op 4.000 heipalen van 11 meter lang en de bebouwing is een combinatie van beton
en gemetselde bakstenen. Het fort heeft een ovale vorm en het hoofdgebouw telt twee verdiepingen. Op de benedenverdieping bevonden
zich de manschappenverblijven, keuken, wasplaatsen, twee met steenkool gestookte stoomketels en twee stoommachines van elk 20 pk,
twee dynamo’s, telegraaf, verpleegruimte en de magazijnen voor kardoezen, granaten en buskruit. De meeste lokalen bevonden zich aan
de zuidzijde van het fort; dit was de meest veilige kant bij een eventuele vijandige aanval. Voor de eigen watervoorziening beschikte
het fort over een waterkelder, waar het opge-vangen regenwater op het laagste punt bewaard werd. Het fort is nooit voor enige
oorlogshandeling gebruikt en werd in 1933, één jaar na het gereedkomen van de Afsluitdijk, gesloten. Het forteiland is geopend van
april tot in november. Gedurende de winter worden er werkzaamheden verricht en is het eiland gesloten voor publiek, m.u.v. speciale
dineravonden (Winterlicht). Het eiland is te bereiken met een eigen veerdienst vanuit Muiden, en vanuit Almere en IJburg met de
Veerdienst Amsterdam. Passanten kunnen met eigen boot aan een van de steigers afmeren gedurende de openingstijden. Als men het fort
zelf wil betreden, is een toegangsprijs verschuldigd.
|
|
|
|
|
Na ons bezoek aan Pampus wordt er verzameld. We wandelen naar de bussen en rijden van Muiden terug naar de Golfbaan en restaurant
Kavel2 in Middenbeemster voor een borrel en ons diner. Aangekomen in Middenbeemster laat een ieder zich het diner smaken. Het is bij
Kavel2 altijd een lekkere zit aan het eind van zo’n dag. En het was ook nog eens een mooie droge dag.
|
|
|
Deze dag werd georganiseerd door Dick voor den Dag en Aart de Groot. Ze mogen het komend jaar weer doen. De foto’s
zijn van Lida Tol.
|