De telefoon gaat. Ik neem op en noem mijn naam. Aan de andere kant van de lijn is mevrouw X.
Mevrouw X wil wat weten over de buurtbus. Ze heeft gehoord en gezien dat we langs Middelwijck rijden.
| Mevrouw X |
Antwoord: |
| Kan ik mijn rollator meenemen? |
Als het apparaat inklapbaar is wel. |
| Mooi, dat is handig. Ik moet naar de Purmerenderweg, waar stoppen jullie? |
Waar op de Purmerenderweg moet u zijn? |
| Ik ga naar een vriendin die daar woont. |
Ja, maar waar woont die vriendin? |
| Oh, tussen de Rijperweg en de Volgerweg. Hebben jullie daar een halte? |
Nee, daar is géén halte. Maar, buiten de bebouwde kom stoppen we op verzoek. Dus als u zegt waar u eruit moet, stoppen we daar. |
| Dat is helemaal mooi, dus dan stap ik voor haar deur uit. |
Zo is het. |
| Hoe gaat het dan als ik terug wil? |
U moet even kijken hoe laat we bij Zuiderhof in Zuidoostbeemster vertrekken. Een paar minuten later komen we dan langs het huis van uw vriendin. Als u daar uw hand opsteekt stoppen we. Dan nemen we u weer mee naar Middelwijck, inclusief uw rollator. |
| Dat is toch prachtig. Wat kost het eigenlijk? |
Uw gewone strippenkaart is niet geldig. Als u een tienrittenkaart koopt, is het maar zestig eurocent per rit. Dat moet te doen zijn. |
Dat is goedkoop zeg. Nou, jullie zullen me wel zien. Bedankt hoor. |
|
Een zeer tevreden mevrouw X verbreekt de verbinding.